Zakariyya Droste: uitspraak is voorbeeld van geïnstitutionaliseerde islamofobie

Zakariyya Droste
De rechtbank in Rotterdam oordeelde dat er voldoende objectiveerbaar bewijs is om Zakariyya Droste te veroordelen tot 6 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Recent mediacontact, zoals het interview met De Groene en de video die RTV Oost publiceerde, maakten deel uit van de bewijslast.

Terroristische organisatie

Droste was lid van twee terroristische organisaties: ISIS (slechts kort) en Jabhat al-Nusra, oordeelde de rechter. Droste had het in diverse stukken in de media zelf toegegeven. Bovendien zou hij deelgenomen hebben aan een trainingskamp. Dat hij al jaren in Syrië was stond volgens de rechter buiten kijf. Droste’s advocate had aangevoerd dat al het bewijs uit de kranten kwam. De rechter somde op hoe de rechtbank dit bewijs geverifieerd had.

Verschil in afhandeling

Droste over het vonnis: ‘Ik vind de uitspraak, zeker in het licht van de zaak Jitse Akse, een voorbeeld van geïnstitutionaliseerde islamofobie.’ Akse werd in 2016 opgepakt nadat hij op Facebook opgeschept had over zijn deelname aan een Koerdische militie in Syrië. Een half jaar later werd zijn zaak geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. De PKK, waar Akse bij zat, staat ook op de lijst van terreurorganisaties. Droste: ‘Jitse Akse reisde af naar Syrië, sloot zich aan bij de PKK (volgens de Nederlandse regering een terreurorganisatie) bekende gevochten en gedood te hebben, poseerde niet met een AK47 maar met een heel arsenaal aan wapens, maar mocht na een paar traantjes Nederland weer in en loopt vrij rond.’

Waarom deelname aan de ene terreurorganisatie in Nederland anders afgehandeld wordt dan deelname aan de andere werd niet besproken in de rechtszaal.  Eerder zei Droste dat de eis van zes jaar hem meeviel.

Vluchtelingen

Naar schatting zijn er ongeveer 12 miljoen Syrische vluchtelingen. Bijna 7 miljoen Syriërs zijn in het land zelf gevlucht naar veiliger gebieden. Bijna een miljoen mensen vluchtte alleen al in de eerste helft van 2018 naar veiliger gebied. De provincie Idlib, die bestuurd wordt door rebellen, waaronder groepen die gelieerd waren aan o.a. Jabhat al-Nusra, vangt de meeste van deze IDP’s op.

“De officier van justitie verwijt de verdachte dat hij heeft deelgenomen aan (een) terroristische organisatie(s) in Syrië en/of Irak. Dit soort feiten vormen een ernstige verstoring van de rechtsorde; zij hangen direct samen met een van de grootste uitdagingen waarvoor Nederland en andere landen in Europa zich zien gesteld, namelijk de opvang van mensen uit die regio die vluchten voor oorlogsgeweld. Het is maatschappelijk gezien van groot belang dat in deze zaken zichtbaar recht wordt gedaan.” (Bron)

Volgens de rechter in Rotterdam hebben ISIS en Jabhat al-Nusra veel Syrische vluchtelingen veroorzaakt. Dit is een opmerkelijke uitspraak. Het is niet duidelijk op welke feiten de rechter zich baseert. Syrische vluchtelingen geven juist vrijwel altijd aan dat zij vluchtten voor het Assad-regime en voor de luchtaanvallen op woongebieden. Droste meent dat de rechter met deze uitspraak laat zien dat hij niet goed op de hoogte is van de situatie in Syrië.

Zakariyya Droste stuurde Hollandistan hierover een reactie:

(Dit stukje verscheen eerder op 17 juli 2018 op Hollandistan. Hollandistan sprak eerder met Zakariyya Droste hier en hier.)

Mijn ‘Indische oma’

In de familie van mijn moeder ging altijd het verhaal dat we een ‘Indische oma’ hadden. En ook iets met een Georgische vrouw trouwens, maar dat was een veel onduidelijker gerucht. Die ‘Indische oma’ was er geweest, maar niemand wist precies hoe het zat.

De Indische oma van iemand anders

In een zomervakantie waarin iedereen weg was behalve ik en het ook nog slecht weer was ging ik online op zoek naar mijn voorouders. Ik begon met te zoeken naar familienamen op websites met gegevens over genealogie. Daar vond ik referenties naar online archieven. Ik kwam ook een stukje tegen van een schrijver, Gerrit Wassing, die schreef over het verhaal van een ‘Indische oma’ dat in zijn familie rondging. Ik vond een tweedehands exemplaar van zijn boek online en kocht het. Het was in het Gronings geschreven. Zijn ‘Indische oma’ bleek een Indonesische betovergrootvader te zijn, die in 1810 als zevenjarig kindslaafje uit Indonesië meegenomen was op een schip naar Nederland en in Veendam terecht was gekomen. Hij werd hier Jan genoemd. Jan van Oost.

De Indische oma van Gerrit wassing
De Indische oma van schrijver Gerrit Wassing

Nu had ik een naam en een plaats en kon ik andersom gaan zoeken naar relaties met mijn familie. De Groningse schrijver en ik bleken niet alleen een verhaal over een ‘Indische oma’ gemeen hebben, we hadden dezelfde voorvader die hier een onpersoonlijke naam had gekregen: Jan die van het oosten komt, oftewel Jan van Oost. Misschien heette hij Yoenoes. Of Yoesoef. Of Mohammed. Een kind van zeven kent zijn eigen naam. Niet in Veendam.

Stelmaker

Hij werd ondergebracht (verkocht?) aan een stelmaker waar hij het beroep leerde. Er zijn vermeldingen van ‘stelmakersknecht’ en ‘stelmaker’, dus wellicht heeft hij zich op weten te werken. Hij zou baptist geworden zijn. Helaas is het archief waarin dat opgezocht had kunnen worden een keer door brand verloren gegaan, maar mijn opa en zijn ouders waren ook baptist. Het lijkt logisch: baptist word je pas als je volwassen bent. ‘Jan’ was waarschijnlijk geboren als moslim. Maar niet in het negentiende-eeuwse Veendam dus.

Ik heb nog gezocht naar scheepsberichten in krantenarchieven naar het schip waarmee hij misschien gekomen was. Ik vond interessante vermeldingen van ladingen en piraterij (nu: scheepvaart) maar niets dat aan mijn voorouder gerelateerd kon worden.

Zoeken in archieven

In andere archieven vond ik wel documenten die over hem gingen. Ik vond een trouwakte en een vrijstelling van identificatie van koning Willem. Hij kreeg die vrijstelling van identificatie omdat hij geen papieren had en niemand voor hem kon getuigen dat hij was wie hij zei te zijn. In de vrijstelling wordt vermeld dat hij zijn identiteit niet kan bewijzen omdat hij als kindslaaf naar Nederland kwam.  Er was ook een vrijstelling van militaire dienst waarin zijn uiterlijk beschreven werd. Hij werd vrijgesteld omdat hij te klein was.

Vrijstelling van militaire dienst
Vrijstelling van militaire dienst vanwege lengte op 18-jarige leeftijd

In het boek van de Groningse schrijver had ik gelezen dat ‘Jan’ als kindslaafje naar Nederland was gekomen. Dat stond letterlijk in de trouwakte. Nu was ik officieel een nakomeling van een kindslaaf.

“Jan van Oost, van beroep stelmaker, woonachtig te Veendam, tot dusverre aan de nationale […] hebbende voldaan; declarerende […], dat hij onder de slaven geboren is en in zijn eerstekindschheid als slaaf uit zijn geboorteland weggevoerd; vervolgens in den jaren achttienhonderdentien, […] hij zeven jaren oud was, […] is overgebracht, zoodat hij onbekend is met de namen zijner ouders en alzoo in de onmogelijkheid verkeert eene acte van geboorte of toestemming zijner ouders te kunnen produceren, maar daarentegen aan mij schout heeft ter hand gesteld, […] bij deze huwelijksactie te blijven […], een besluit van Zijne Hoogheid den Koning, […], ” enz.

Gevonden, maar dan

Het is raar hoe dat werkt. Eerst voelde ik me enthousiast over wat ik gevonden had.  Daarna werd ik boos. Boos op Nederland en het slavernijverleden. Boos op de mensen die hem weggeroofd hadden. Boos op de mensen die zijn slaaf zijn in de trouwakte hadden gezet als een objectief feit. Boos op de mensen die zijn identiteit hadden gewist en hem de naam ‘Jan van Oost’ hadden gegeven. Boos en ook verdrietig. Hoe zat het met zijn moeder? Broertjes en zusjes? En hoe had hij zich staande gehouden? Hij trouwde met een vrouw die weduwe en wees was. In die tijd een vrouw van geen waarde, een last voor de maatschappij. In de akte over militaire dienst stond zijn uiterlijk beschreven: smalle ogen, platte neus, grote mond, spitse kin en zwart haar. Hoe hielden zijn kinderen het hoofd boven water? Werden ze gediscrimineerd?

Familiefoto

Ik kreeg een familiefoto van mijn oom toegestuurd. Mijn moeder en haar zusjes, mijn oma en opa en mijn moeders oma stonden erop: de ‘Indische oma’, drie generaties na mijn Indonesische opa.

Mijn 'Indische oma' Klaasina Benus
Mijn ‘Indische oma’ Klaasina Benus (1884-1960)

 

VN rapport: dertig kinderen gedood door Afghaanse luchtaanval in Koendoez

Bij een luchtaanval op een madrassa in Koendoez vielen op 2 april dit jaar 36 tot 59 doden. Tenminste 30 kinderen werden gedood bij de islamitische school terwijl ze met hun familie vierden dat ze de Koran uit het hoofd geleerd hadden. Onderzoekers van de Verenigde Naties hebben maandag een rapport gepubliceerd waarin de Afghaanse regering verantwoordelijk wordt gehouden voor een gerichte luchtaanval op burgers.

Luchtaanvallen op een religieus festival

De niet-militaire Missie voor Hulp in Afghanistan van de Verenigde Naties (UNAMA) bracht maandag 7 mei een rapport uit over de luchtaanvallen op een een madrassa (Koranschool) in Dasht-e Archi, een district in de noordelijke Koendoez-provincie. Vanuit helikopters werden raketten afgevuurd en er werd geschoten met zware automatische wapens op de circa 500 – 1500 overwegend mannen en jongens die de feestelijkheden bijwoonden.

Gelijk na de aanval verklaarde de Afghaanse regering dat er 18 Taliban-leiders gedood en nog eens 12 verwond werden. Volgens de regering waren zij daar voor een militair overleg. De regering stelde in eerste instantie dat burgers waren omgekomen door de Taliban die op ze had geschoten. Later verklaarde de regering aan UNAMA dat er 25 Taliban-leiders omgekomen waren en nog eens 31 gewond waren geraakt en erkenden ze dat er burgerslachtoffers gevallen waren. Er werd door de regering ook een onderzoek uitgevoerd waarvan de resultaten echter geheim gehouden werden.

 

Uit de lijst met slachtoffers die in het ziekenhuis in Dasht-e Archi terechtkwamen blijkt dat er veel kinderen het slachtoffer werden van de luchtaanvallen van de Afghaanse overheid.

Vooral kinderen werden het slachtoffer

Uit autopsies bleek dat de kinderen door scherven van raketten omgekomen waren en niet door geweervuur. Op een geluidsopname van de aanval is te horen dat er meerdere raketten afgevuurd worden, dat er met zware machinegeweren geschoten wordt en dat er vanaf de grond met geweren geschoten wordt. Volgens getuigen waren er ongewapende leden van de Taliban tussen de gasten. Andere getuigen zeiden dat er gewapende leden van de Taliban aanwezig waren voor de beveiliging van het evenement. De Taliban ontkent dat er militanten aanwezig waren of het festival.

De UNAMA zegt in het rapport dat ze 107 slachtoffers heeft kunnen verifiëren, maar dat het werkelijke aantal slachtoffers waarschijnlijk hoger is. Van de 36 doden waren er 30 kind. Nog eens 51 kinderen raakten gewond. Volgens de Taliban vielen er meer dan 200 slachtoffers, waaronder 59 doden.

Mensenrechten

Het internationale mensenrecht stelt dat alle strijdende partijen bij een conflict gebonden zijn door de principes van onderscheid, proportionaliteit en voorzorg. Aanvallen op burgers of civiele infrastructuur zijn verboden. Alle nodige voorzorgsmaatregelen moeten genomen worden om het leed van de burgerbevolking te minimaliseren en vooral kinderen, maar ook schoolgebouwen en gebouwen voor religieuze doeleinden, hebben recht op bescherming. Het schenden van deze regels kan een oorlogsmisdaad vormen.

Toename van burgerslachtoffers

Luchtaanvallen door Afghaanse overheidstroepen en de VS zijn toegenomen sinds Trump vorig jaar een nieuwe strategie van de VS in Afghanistan afkondigde. Het aantal burgerslachtoffer door pro-regime luchtaanvallen vorig jaar was tenminste 631, volgens de VN, een toename van 7 procent.

 

Haal ‘kalifaatkinderen’ terug, zegt de Kinderombudsman

Screenshot uit 'Verloren kinderen van het Kalifaat' - kalifaatkinderen

Kinderombudsman Margrite Kalverboer vindt dat de overheid de circa 145 Nederlandse kinderen van naar ISIS-gebied afgereisde ouders (‘kalifaatkinderen’) zo snel mogelijk uit de YPG-kampen in Noord-Syrië terug moet halen naar Nederland, omdat dit hun recht is en ook omdat dit op de lange termijn veiliger is. Dit staat in een vandaag gepubliceerd standpunt van de Kinderombudsman. Als de Nederlandse overheid zelf niet in staat is om de kinderen terug te halen, dan moet ze samenwerking zoeken met andere landen die met hetzelfde probleem te kampen hebben, vindt de ombudsman.

Kinderrechten

Het sinds 1995 voor Nederland geldende Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) geldt ook voor kinderen van Nederlandse ouders die naar Syrië of Irak zijn afgereisd. De gezondheid van de kinderen in de YPG-kampen loopt gevaar. Daarnaast hebben ze geen toegang tot onderwijs en mogelijkheden om zich te ontwikkelen. Moeders hebben in media meerdere keren gesmeekt om hun kinderen uit deze onveilige situatie te halen, desnoods zonder hen.

Kalifaatkinderen

Het verdrag beschermt de rechten van kinderen en jongeren. Kinderen die ouder dan twaalf jaar zijn worden vaak gezien als risicofactoren omdat zij gevechtstraining gevolgd zouden kunnen hebben en geïndoctrineerd zouden kunnen zijn door ISIS-ideologie. Voorop staat echter vooral dat zij slachtoffer zijn en mogelijk getraumatiseerd zijn, waarvoor ze hulp moeten krijgen.

Begeleiding

De Kinderombudsman stelt dat het veiliger is om de kinderen zo snel mogelijk terug te halen, zodat ze geholpen en begeleid kunnen worden. Het is mogelijk dat de YPG de moeders en kinderen op den duur zal laten gaan, omdat overheden hun burgers niet terughalen. Geïndoctrineerde jongeren zouden dan een veiligheidsrisico kunnen gaan vormen.

Screenshot uit een reportage van Vranckx (VRT) over moeders en kalifaatkinderen in een YPG-kamp in Noord-Syrie.
Screenshot uit een reportage van Vranckx (VRT) over moeders en ‘kalifaatkinderen’ in een YPG-kamp in Noord-Syrië.

Schijnoplossing

Sommige landen, zoals Tsjetsjenië en Indonesië, hebben hun uitreizigers opgehaald uit de YPG-kampen. De Nederlandse overheid vindt dat de vrouwen zelf naar een Nederlandse ambassade moeten komen. De vrouwen worden echter vastgehouden in de kampen. Er zijn geen diplomatieke banden met de YPG-administratie in Noord-Syrië, maar de vrouwen werden wel bezocht door de MIVD. Dat laatste bleek uit een documentaire van Sinan Can, die met de vader van een van de vrouwen naar Syrië ging om zijn dochter te bezoeken. De dochter verklaarde dat ze bezocht was door Nederlanders die snoep meenamen en haar verhoorden. De Kinderombudsman noemt deze houding van de overheid een schijnoplossing.

Internationale samenwerking

De stellingname van de Kinderombudsman wordt ondersteund door kinderrechtencommissarissen in België, Baskenland, Catalonië, Cyprus, Ierland, Luxemburg, Noord-Ierland en Polen.

Download het standpunt van de Kinderombudsman.

Seksueel misbruik en uitbuiting van ‘ISIS-vrouwen’ in Irakese IDP-kampen

33-year-old mother of six, Zahra, sits inside her tent in Salamiya camp for internally displaced people where she and her family have lived for 7 months. Originally from Shwra, south of Mosul, the family moved to Mosul three years ago after Zahra's husband joined ISIS, working with the group as a cook. He was killed by an airstrike in June 2017. Copyright: Amnesty

Vandaag publiceerde Amnesty International een nieuw rapport over het misbruik en de uitbuiting van vrouwen en kinderen in Irak van wie aangenomen wordt dat hun man bij ISIS zat. Dit rapport gaat niet over de families van ‘foreign fighters’. Amnesty krijgt geen toegang tot kampen waar familie van ‘foreign fighters’ zitten. Het onderzoek is tussen oktober 2017 en maart 2018 uitgevoerd in acht IDP’s in de Noord-Irakese districten Nineve en Salaheddine.

Misbruik

Volgens het onderzoek van Amnesty worden Irakese vrouwen, die verdacht worden van banden met ISIS door hun man, gevangen gehouden in vluchtelingenkampen in Irak. Ze mogen niet terugkeren naar huis en krijgen geen of weinig hulp. De vrouwen getuigen over gevallen van seksueel geweld waarbij ze aanwezig waren, of dreiging daarmee, door ‘veiligheidstroepen’, kampfunctionarissen en lokale autoriteiten.

Mannelijke familieleden van de vrouwen zijn gedood of slachtoffer geworden van willekeurige arrestaties door Irakese en Koerdische troepen, nadat ze uit ISIS-gebied in en rond Mosul vluchtten. Mannen die niet gedood zijn, zitten vast in officiële en niet-officiële detentiecentra die beheerd worden door de Irakese regering, milities of Koerdische troepen. In deze detentiecentra wordt veelvuldig gemarteld. Jongens vanaf 13 jaar en ouder worden met de mannen apart gezet. Tegenover de familie wordt ontkend dat de mannen gearresteerd zijn. Er wordt geen informatie over hen gegeven. Sommige mannen hadden slechts een naam die leek op de naam van iemand die bij ISIS zat. Anderen werkten als kok of chauffeur.

Dunia beschreef haar ervaring bij de controle op ISIS-leden buiten Mosul: “We waren in een groep van ongeveer 200 mensen, allemaal burgers. Irakese troepen dwongen ons de rivier over te steken – we liepen over de brug. Toen we aan de andere kant kwamen, was er een groot gebouw bij de rivier en ze scheidden ons van elkaar. De mannen naar de ene kant, de vrouwen en kinderen naar de andere kant. Er waren ongeveer 50 mannen en geen van hen kwam met ons mee daarna. Ze zijn nog steeds weg. De laatste keer dat ik ze zag was op die dag.”

Seksuele uitbuiting

Amnesty’s onderzoek toont aan dat de vrouwen en kinderen in de vluchtelingenkampen geen voedsel en gezondheidszorg krijgen vanwege vermeende banden met ISIS. De vrouwen zitten zonder middelen in de kampen en zijn afhankelijk van hulp. Ook krijgen ze geen identiteitspapieren en worden andere documenten geweigerd die ze nodig hebben om te kunnen werken en reizen.

De vrouwen lopen verhoogd risico op seksuele uitbuiting en misbruik door de ‘veiligheidstroepen’, bewakers en leden van gewapende groeperingen die in en bij de kampen werken. Ze worden gedwongen seksuele relaties aan te gaan in ruil voor geld, hulpgoederen en bescherming tegen andere mannen.

Riman vertelde Amnesty dat vrouwen in het kamp seks hadden met leden van de PMU in ruil voor de vrijlating van familieleden. Ze zei: “ISIS-vrouwen doen dit soms om hun man of broers vrij te krijgen. Hadiya’s man en broer worden gevangen gehouden in Qayyara, dus daarom doet ze het.”

Verkrachting

Ook het gevaar van verkrachting ligt op de loer. Vier vrouwen vertelden aan Amnesty dat ze getuige waren geweest van een verkrachting, of dat ze hoorden dat een vrouw verkracht werd door gewapende mannen, kampfunctionarissen of andere kampbewoners.

Fatima vertelde: “In november [2017] kwamen de ‘veiligheidstroepen’ en namen mij en een andere vrouw, Rusul, mee naar de tent bij de poort. Een vrouw kleedde ons uit en fouilleerde ons. Ze nam zelfs mijn haarspeldjes. Ze pakte alles af. Toen omhelsde ze alle mannen, lachte en vertrok. Ze hielden ons daar tot elf uur ’s avonds en iemand van de beveiliging kwam ons uitschelden. Toen werd Rusul verkracht. Ze vocht van zich af en ze sloeg hem, maar het gebeurde toch.”

Dana (20) vertelde hoe ze verkrachtingspogingen overleefde en onder druk stond om seks te hebben met een man van de ‘veiligheidstroepen’. ‘Omdat ze me zien als een ISIS-strijder zullen ze me verkrachten en me daarna terugsturen. Ze willen aan iedereen laten zien wat ze mij kunnen aandoen – mijn eer schenden,’ zei ze.

Tasmin (42): “Er zijn vaak invallen door de Hashd al-Shabi (PMU). De kampbeheerder zei tegen ons: ‘Ik ben degene die jullie beschermt. Ik hoef het maar te zeggen en alle Hashd-militanten komen het kamp in om je te verkrachten.’ Het klinkt alsof hij ons wil beschermen, maar eigenlijk is het een dreigement. Bij de eerste inval, toen vijftig families in het kamp aangekomen waren, zijn ze in alle tenten geweest. Ze zeiden dat ze iedere vrouw die bij de Hesba [religieuze politie] had gewerkt wilden arresteren. Ze kwamen midden in de nacht. Ik ben heel bang dat mijn dochters verkracht worden tijdens een van deze invallen.”

Amnesty wil een einde aan de misstanden

Amnesty wil dat de Iraakse overheid ervoor zorgt dat gezinnen met vermeende ISIS-banden in de vluchtelingenkampen toegang krijgen tot hulpgoederen, gezondheidszorg en identiteitsdocumenten. ‘Deze gezinnen moeten naar huis terug kunnen keren zonder angst voor misbruik of intimidatie, arrestatie en aanvallen. De overheid moet ook onmiddellijk een eind maken aan de systematische en wijdverspreide praktijk van gedwongen verdwijningen van mannen en jongens met vermeende banden met IS,’ zegt Lynn Maalouf, directeur Midden-Oosten-onderzoek bij Amnesty International.

Download het rapport.

Foto’s: Amnesty International

Michael van Zeijl, de man tegen wie Sinterklaas aangifte deed

Sangar Paykhar interviewt Michael van Zeijl

Eind oktober vorig jaar plaatste Michael van Zeijl een reactie op Facebook waarin hij een als grap bedoelde suggestie voor de oplossing van het Sinterklaas-probleem beschreef. Maar tegenstanders lazen mee. Er werd een screenshot gemaakt en verspreid. Uit de context van de conversatie zou het kunnen lijken alsof Van Zeijl bedreigingen uitte aan het adres van Sinterklaas en Stefan de Walle, de acteur die voor Sinterklaas speelt bij de landelijke intocht. De Walle deed aangifte. Van Zeijl werd rondom de intocht vijf dagen vastgezet.

Update 1 -9-2018: Van Zeijl werd door de rechtbank veroordeeld tot het betalen van 300 euro boete wegens het plaatsen van een opruiende tekst. De rechter hield rekening met de te lange vrijheidsbeneming, die ze ernstig noemde.

Ophef

Drieënhalve maand nadat Van Zeijl zijn reactie op Facebook plaatste schreef de Telegraaf gisteren vijf stukjes over zijn Facebook-bericht, het onderzoek dat het OM doet naar aanleiding van het bericht en de ophef die ze hun eerste stukje veroorzaakten. Van Zeijl wilde geen interview doen met de Telegraaf, omdat hij vindt dat de Telegraaf aan racistische berichtgeving doet.

“De aanvoerder van de extreemlinkse actiegroep De Grauwe Eeuw wordt verdacht van het oproepen tot een moordaanslag. Beoogd slachtoffer was Stefan de Walle, de acteur die Sinterklaas speelt tijdens de landelijke intocht.” (Telegraaf)

Opruiing

De Telegraaf suggereert dat Van Zeijl De Walle zou willen vermoorden. Het onderzoek naar Van Zeijl richt zich echter op opruiing, niet op moord of het plegen van een aanslag. Binnen de context van de conversatie over de ongewenstheid van het Sinterklaasfeest wordt duidelijk dat Van Zeijl met een (ruwe) grap en overdrijving reageert op wat anderen daarvoor zeggen.

“Zit niks anders op.. we moeten een prijs op het hoofd van Sinterklaas zetten. Dubbele prijs als het tijdens de Nationale intocht is zodat alle kinderen getuigen ervan zijn, zelfs massaal onder zijn hersen en botsplinters bedenkt zitten. Maw zonder twijfel morsdood. Zo kan de NPO geen onzin verhaaltje ophangen met een nieuwe Sinterklaas en zijn we voorgoed van dat feest af. (En van die irritante Flodder acteur die Sinterklaas speelt.)

En iedereen die ooooh aaaaah kinderfeestjes boehoe jankt wijzen we op de genocidefeestjes die kinderen hier vieren, waarmee ze al helemaal klaargestoomd werden voor bloed, grof geweld en dood.

(Hoi TPO ga maar copy/pasten, screenshotten en framen 😂)” (Michael van Zeijl’s bericht op 21 oktober 2017 op Facebook)

‘Michael van Zeijl eist vervolging Michael van Z.’

Van Zeijl schreef gisteren een persbericht waarin hij stelde dat hij bij het OM aangedrongen heeft op vervolging. Volgens Van Zeijl worden meer mensen rondom Sinterklaas opgepakt en vastgezet zonder dat er verder sprake is van een onderzoek of vervolging. Van Zeijl meent dat kritische burgers als verdachte worden aangemerkt om hen te criminaliseren.

“Het OM hoopt op een veroordeling via de media, omdat ze donders goed weten dat ze dat via de rechter nooit voor elkaar krijgen.” (Michael van Zeijl in zijn persbericht)

Bedreigingen

Van Zeijl zegt zelf bedreigd te worden met de dood en brandbommen door zijn raam. Tegenstanders hebben zijn adres online gezet en misbruiken zijn gegevens om ongewenste bestellingen bij hem te laten bezorgen. Van Zeijl heeft aangifte gedaan bij de politie, maar zegt dat hij niet serieus genomen is door de politie.

Witte media

Van Zeijl zegt dat hij en de actiegroep De Grauwe Eeuw geen interviews aan dagbladen en tv-programma’s willen geven om antiracistische redenen en omdat ze witte media geen macht willen geven.

Sangar Paykhar sprak vorig jaar met Michael van Zeijl over actiegroep De Grauwe Eeuw en andere zaken:

Michael van Zeijl (De Grauwe Eeuw): ‘Er niks onschuldigs aan het feest’

Christelijke zionisten juichend over verplaatsing van Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem

'Archeologiepark' aan de voet van de Al-Aqsa moskee

Trump maakte woensdag bekend dat hij de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem wil verplaatsen. Zodoende erkent de VS nu dat Jeruzalem de hoofdstad is van Israël. De VS gaat hiermee in tegen de afspraken die in de VN Veiligheidsraad gemaakt zijn over de status van Jeruzalem en de bezetting van Jeruzalem door Israël. De VN riep en roept nadrukkelijk op de diplomatieke missies niet in Jeruzalem te vestigen.

“Therefore, I have determined that it is time to officially recognize Jerusalem as the capital of Israel.” (Trump speech)

Christelijke partijen en Jeruzalem

Fundamentalistische christelijke partijen in Nederland, zoals de Christenunie en de SGP, onthaalden Trumps negeren van VN-resoluties met gejuich. Kees van der Staaij en Joël Voordewind reageerden prompt op Twitter met blije tweets. Zij vonden beide dat Nederland dit voorbeeld zou moeten volgen.

De liefde voor Israël is groter dan de liefde voor het internationaal recht

Van der Staaij en Voordewind voelden zich kennelijk niet geremd door de stellingname van de Algemene Vergadering van de VN op 30 december, voorafgaand aan de afkondiging van Trump op 6 december. Daarin werd met 151 tegen 6 aangenomen dat ‘handelingen van Israël, de bezettingsmacht, om hun wetgeving en regering op te leggen aan de heilige stad Jeruzalem illegaal zijn en daarom geen enkele rechtmatigheid hebben.’

De SGP wil trouwens dat we ons wel aan VN-verdragen houden als het past in hun partijprogramma.

CU en SGP hebben geen boodschap aan geloofsgenoten in Palestina

De SGP suggereert dat hun steun aan Israël bevorderlijk is voor christenen. Dankzij Israël zouden er meer kerken in de regio zijn. Christelijke organisaties in het Midden-Oosten zijn echter tegen het besluit van Trump om Jeruzalem als hoofdstad van Israël te erkennen. Alle Palestijnse christelijke organisaties zijn tegen dit besluit. Het is onduidelijk welke christenen er precies door de zionistische zienswijze van de Christenunie en de SGP gesteund worden. Het lijkt er eerder op dat zionistische christenen hier hun broeders en zusters in Palestina een dolk in de rug steken.

Alle Palestijnen, ook de christenen, zijn slachtoffer van de Israëlische Apartheidspolitiek en joods-extremistische haat en geweld.

(Meer over de afbeeldingen hier.)

Regeringsstandpunt

Het standpunt van Joël Voordewind, als tweede man van de Christenunie in de Tweede Kamer, is opmerkelijk: zijn partij regeert mee in Rutte III.

De Nederlandse regering bij monde van Halbe Zijlstra hekelde het Amerikaanse besluit om Jeruzalem als hoofdstad van Israël te erkennen:

“”Wij zijn altijd heel helder geweest: een eindoplossing is een tweestatenoplossing. En daarbij hoort dat Jeruzalem een gedeelde hoofdstad wordt voor de Palestijnen en Israël” (Halbe Zijlstra)

VN Veiligheidsraad resolutie 476

De statements van de VN Veiligheidsraad omtrent Jeruzalem komen overeen met het Nederlandse regeringsstandpunt. Diverse VN-resoluties veroordeelden door de jaren heen Israël’s politiek van bezetting en inname van gebied.

Politiek van apartheid, bezetting en landinname

Israëls politiek van illegale nederzettingen en Apartheid is erop gemaakt om heel Jeruzalem in te nemen. Het oostelijke deel valt officieel onder de Palestijnse autoriteit. Israël doet er alles aan om dit te ondermijnen. Letterlijk zelfs, door afgravingen te doen onder de Al-Aqsa moskee. Zelfs de eeuwenoude begraafplaats grenzend aan de oostelijke muur van al-Haram al-Sharif wordt regelmatig geschonden door soldaten en ‘bouwplannen’. Israël heeft tegen de zuidelijke muur van het terrein een ‘archeologische tentoonstelling’ gebouwd. De Buraq muur aan de westzijde is niet meer toegankelijk voor Palestijnen. Daar heeft Israël checkpoints om ‘hun’ klaagmuur heen gebouwd.

Om Oost-Jeruzalem heen aan de Palestijnse kant op de Westelijke Jordaanoever heeft Israël een web van (voor Palestijnen) vrijheidsbeperkende maatregelen getroffen, zoals een metershoge en kilometerslange scheidingsmuur met checkpoints en een snelweg die alleen toegankelijk is voor Israëlische voertuigen. Daarnaast worden illegale nederzettingen, die om Oost-Jeruzalem op de Westoever opgericht worden door gewapende joodse extremisten, door de Israëlische overheid gesteund en gelegitimeerd.

Kaart van Jeruzalem (2014)

Zionisten zaaien onrust over conferentie voor de Palestijnse Nelson Mandela in Rijswijk

Het Qalandia-checkpoint in Ramallah met afbeeldingen van Yasser Arafat en Marwan Barghouti

De European Alliance in Defence of Palestinian Detainees organiseert van acht tot tien december een conferentie in Rijswijk. De eigenaar van Event Plaza in Rijswijk wil zich echter niet meer aan de afspraak houden. Hij is bang dat er overlast voor de andere gasten zal ontstaan, omdat er een demonstratie door tegenstanders van de conferentie is aangekondigd. De organisatie van de Palestijnse conferentie onderzoekt of er stappen genomen kunnen worden om de eigenaar te overreden zich aan de afspraak te houden. Volgens de organisatie in Nederland gaat het congres door.

6198 Palestijnse politieke gevangenen in Israëlische detentie

Cijfers Palestijnse politieke gevangenen in oktober 2017.
Cijfers Palestijnse politieke gevangenen in oktober 2017.

In oktober waren er 6198 Palestijnse gedetineerden in Israëlische gevangenissen. Onder hen 280 kinderen. De Israëlische overheid weigert Palestijnen als politieke gevangenen te erkennen. Ze worden als criminelen beschouwd. 463 Mensen zitten in ‘administratieve detentie’. Dit betekent dat het Israëlische leger hen voor onbeperkte tijd kan vasthouden op basis van geheime informatie, zonder dat zij aangeklaagd worden of een rechtszaak krijgen.

Het doel van de conferentie in Rijswijk is om een advocatengroep op te richten voor de verdediging van Palestijnse gevangenen. Ook wil men aandacht vragen voor het lijden van de gevangenen.

Conferentie ‘afgezegd’

De afgelopen dagen ontstond er ophef over het afgelasten van de conferentie voor Palestijnse gevangenen. De eigenaar zei dat hij onder druk van de gemeente en politie het evenement afgezegd had. Maar de politie en gemeente ontkenden dat zij druk hadden uitgeoefend. Volgens de gemeente is er geen reden om de conferentie te verbieden. De eigenaar van Event Plaza had wel verzuimd aan te geven wat voor evenement er zou komen. Toen een tegenstander een opruiende stukje schreef en een populistische lokale partij opriep om de conferentie te verbieden werd de wijkagent gestuurd om informatie te verzamelen.

Onruststokers en fake-news

De conferentie werd door tegenstanders in blogposts en social-media neergezet als een bijeenkomst voor en door ‘terroristen’. In overeenstemming met de fake-news trend werd elk stukje informatie, waar een tegenstander het niet mee eens was, verdraaid en overdreven. Dat frame werd overgenomen door mainstream media. Populistische partijen pakten het daarna op ‘uit het nieuws’ en zo werd een blogje van een onruststoker politiek.

Ed Braam van de lokale Rijswijkse partij Beter voor Rijswijk, die het een ‘anti-joden bijeenkomst’ noemt, stelde raadsvragen.

Terroristen

Op welke informatie Braam zijn vragen baseerde is niet bekend, maar vergelijkbare extremistische sentimenten zijn te vinden in stukjes op zionistische websites. In het artikel van Kees Broer op Opinez bijvoorbeeld werd ook uitgehaald naar Marwan Barghouti, die een van de gevangenen is waar de organisatie van de Palestijnse conferentie zich zorgen over maakt. Broer schrijft in zijn artikel vanuit een zionistisch standpunt over Palestijnse gevangenen. Het komt er grofweg op neer dat Palestijnen die zich niet neerleggen bij de bezetting en onderdrukking van Israël terroristen zijn. Zodoende zijn alle politieke gevangenen in Israël dus ‘terroristen’. In werkelijkheid is het andersom: de oprichting van de staat Israël en de stelselmatige onderdrukking van Palestijnen door het Israëlische regime dat daarop volgde en voortduurt tot heden is een schoolvoorbeeld van terrorisme.

Marwan Barghouti, de Palestijnse Nelson Mandela

Marwan Barghouti is een Palestijnse politicus die het grootste deel van zijn leven in Israëlische gevangenissen doorgebracht heeft. In 2016 werd hij genomineerd voor de Nobelprijs van de Vrede. Uit een enquête in 2012 bleek dat 60% van de Palestijnse bevolking op Marwan Barghouti als president zou stemmen. Hij zou met dat resultaat zowel de zittende president Abbas als Hamas-leider Ismail Haniyeh verslaan.

Beter voor Rijswijk:

“De conferentie draait mede om Marwan Barghouti die is veroordeeld wegens een schietpartij en bomaanslag tegen Israëlische doelen. Daarbij werden vijf Israëli’s gedood.” (Beter voor Rijswijk)

In 2000 brak de Tweede Intifada uit in Palestina. Nadat Israëls poging tot moord op Barghouti in 2001 mislukte (zijn bodyguard kwam wel daarbij om) werd hij gearresteerd in 2002. Israël beschuldigde Barghouti de oprichter van de Al-Aqsa Martelaren Brigade te zijn. Barghouti ontkende. De groep had zelf in 2002 afgekondigd dat zij Barghouti als hun leider zagen. Barghouti werd in april 2002 in Ramallah door Israëlische troepen gekidnapt en verscheen in augustus in een Israëlische rechtszaak waar hij beschuldigd werd van het doden van 26 mensen. Ook werd hem lidmaatschap van een terroristische organisatie ten laste gelegd. Barghouti erkende de legitimiteit van de rechtbank niet. In 2004 kreeg hij vijf keer levenslang plus veertig jaar extra als straf voor aanklachten die niet bewezen konden worden.

“While I, and the Fatah movement to which I belong, strongly oppose attacks and the targeting of civilians inside Israel, our future neighbour, I reserve the right to protect myself, to resist the Israeli occupation of my country and to fight for my freedom.” (Barghouti in de Washington Post in 2002)

Uitnodiging Conferentie voor Palestijnse gevangenen
Uitnodiging Conferentie voor Palestijnse gevangenen

 

 

Foto: Wikimedia/Anna

Abderrahman de Jong: ‘De terrorismeafdeling is een mentale marteling’

Google Maps screenshot van de gevangenis in Vught waar een van de twee Nederlandse gevangenissen met een terrorismeafdeling is.

Sinds de oprichting van de eerste terrorismeafdeling (TA) in Vught zijn er kleine verbeteringen ingevoerd. Volgens Amnesty en het Open Society Justice Initiative (OSJI) zijn die veranderingen echter niet voldoende. Volgens hen is het regime op de TA’s onmenselijk en in strijd met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Abderrahman de Jong, die in beide TA’s gezeten heeft, vertelt hierover in een interview.

Rapport

Dit staat in een rapport (pdf) dat in oktober door Amnesty en het OSJI is uitgebracht. Ze formuleerden zeven probleempunten en een lijst van aanbevelingen voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Want het is de politiek die bepaalt dat terrorismeverdachten en -veroordeelden onder dit regime gehouden moeten worden.

Abderrahman de Jong zat in 2015 een maand op de TA in Vught en daarna zeven maanden op de terrorismeafdeling van De Schie in Rotterdam. Hij was in 2013 korte tijd in Syrië geweest en weer teruggekeerd.

H: Hoe ervoer je die straf?
AdJ: “Het was vooral mentaal soms zwaar, je wordt in alles beperkt en het gevoel dat je onrecht wordt aan gedaan is groot. Als je bijvoorbeeld naar beneden kijkt vanuit je celraam op TA de Schie dan zie je de luchtplaats van de reguliere afdelingen. Zij luchten soms 3x per dag, en dan te bedenken dat er onder hen pedofielen en echte moordenaars zitten. Als je dan terugdenkt aan hoe je zelf behandeld wordt, als verdachte zijnde, zonder enig bindend bewijs, dan kan dat erg confronterend zijn.

H: Welke impact had het op je familie?
AdJ: “Voor mijn familie was het verschrikkelijk om mij zo te zien. Ook ik beperkte het fysieke contact met hen vanwege de visitaties die daarbij zouden komen kijken voor mij. Voor een moeder die graag haar zoon wil vasthouden is dat hartverscheurend. Mijn zoon was destijds 2 jaar en mijn dochter een halfjaar. Zij heeft er niks van mee gekregen maar mijn zoontje heeft er verlatingsangst door ontwikkeld. Hij kan zich gek genoeg nog steeds veel van die periode herinneren. Ook voor mijn vrouw was het uiteraard erg moeilijk: zij stond overal alleen voor.”

Beleid moet veranderen

In januari van dit jaar werd de Jong benaderd met de vraag of hij mee wilde werken aan het onderzoek van Amnesty en het OSJI naar het beleid op de terrorismeafdelingen. Hij stemde in met de hoop dat de uitkomst positief zou zijn. De Jong vindt het regime op de terrorismeafdeling contraproductief. Omdat Amnesty zowel deskundigen op het gebied van mensenrechten en strafrecht als ervaringsdeskundigen heeft gesproken meent hij dat beleidsmakers dit rapport serieus moeten nemen.

Abderrahman de Jong: “Ook vooral nu de discussie heel erg speelt over hoe om te gaan met radicalisering en extremisme en het feit dat er volgens sommige een nieuwe stroom ‘Syriëgangers’ terug gaat komen, is het belangrijk om het beleid van de TA met spoed te veranderen. Vele deskundigen roepen al jaren dat het plaatsen van verdachten met een terroristisch oogmerk onder deze omstandigheden juist averechts werkt. Dit is ook wat veel (ex)TA-gedetineerden zelf zeggen. Op deze manier creëren zij juist meer haat jegens de maatschappij en overheid. Daarnaast is het ook gewoon erg vreemd dat je als verdachte of zelfs als (onherroepelijk) veroordeelde moeten leven onder zulke omstandigheden. En dan te bedenken dat je vandaag daar bent, maar morgen opeens weer buiten staat en werk moet gaan zoeken, zonder enig traject richting integratie of wat dan ook te hebben gehad.”

Eenzame opsluiting

Als een gedetineerde 22 uur of langer in de cel moet blijven heet het eenzame opsluiting. Dit mag niet langer dan vijftien dagen achtereen. In de terrorismeafdelingen worden gedetineerden echter maandenlang gemiddeld 19 – 21,5 uur per dag alleen in de cel opgesloten. Officieel wordt de norm net niet overschreden, maar het effect is niet minder verwoestend en gevangenen geven aan erg te lijden te hebben onder dit regime. Extreem lange isolatie wordt beschouwd als een vorm van martelen.

In twee gevallen zaten gedetineerden zes maanden alleen op de TA: een in Rotterdam en de ander in Vught. Ze werden niet bij elkaar op de afdeling geplaatst. Na zes maanden werd erkend dat dit niet in samenspraak was met de Europese Rechten van de Mens. De gevangene op TA in De Schie mocht daarop eens per dag luchten met gevangenen van een andere afdeling. Voor de gevangene in Vught werd niets geregeld.

Seksuele intimidatie

Gevangenen worden intimiderend behandeld als ze bezoek krijgen. Dan moeten ze, zowel heen als terug, zich volledig uitkleden om overal betast te worden bij wijze van controle. Soms zijn er bewaarders van het andere geslacht bij aanwezig. De controles zijn nutteloos, omdat gevangenen en hun bezoek elkaar niet mogen aanraken op het schudden van handen na, afgeluisterd en geobserveerd worden. Deze handelingen worden eufemistisch ‘visitatie’ genoemd. Visitaties zouden alleen plaats mogen vinden als er een sterk vermoeden is van smokkelen, of wanneer er sprake is van een concrete bedreiging.

Verdachten moeten ook naar de terrorismeafdeling

Wie opgepakt wordt voor aan terrorisme gerelateerde zaken gaat naar de terrorismeafdeling. Ook verdachten, mensen die dus nog niet door een rechter veroordeeld zijn, moeten naar de TA. Zij kunnen dit besluit niet of nauwelijks aanvechten. Wanneer ze bij nader inzien onschuldig blijken te zijn, is de ervaring niet meer uit te wissen. In een onderzoek uit 2011 stelt Tinka Veldhuis dat gedetineerden op de TA juist (verder) kunnen radicaliseren. Ook de Jong zegt dat: “Als zo een persoon na een jaar of langer in zulke omstandigheden [op de TA] te hebben geleefd wordt vrijgelaten, is het niet bijzonder als hij meer afkeer heeft gekregen jegens deze overheid en samenleving.”

“Als je op sociale media ziet hoe er over hen gesproken wordt‚ dan word je daar niet blij van”

Yola Wanders geeft leiding aan de terroristenafdeling in Vught. Dat terrorismeverdachten onder een onmenselijk regime vastgehouden worden is een besluit van de politiek. Hirsch Ballin (CDA) tekende er als eerste voor. Over wat er met gedetineerden na hun straf zou moeten gebeuren werd niet echt nagedacht, volgens Wanders.  “We moesten zorgen dat gevangenen veilig binnen bleven. Ze werden apart gezet zodat ze geen andere gedetineerden konden rekruteren.” Wanders zou het beleid wel willen aanpassen, maar de politiek beslist en heeft kennelijk geen haast. Verbeteringen als bodyscanners in plaats van ‘visitaties’ zijn al sinds 2013 mogelijk, maar nog steeds niet ingevoerd.

H: Terugkeren in de maatschappij, hoe doe je dat?
AdJ: “Terugkeren in de maatschappij doet iedereen op een andere manier, ik was bijvoorbeeld erg gemotiveerd om mijn gezin weer te kunnen onderhouden en hun uit hun emotionele periode te kunnen helpen. Wel wordt het voor een terrorismeverdachte erg moeilijk gemaakt. Vaak is er media aandacht op je gevestigd en je komt niet meer in aanmerking voor een VOG. Ook is het niet een normale doelgroep die de gemeente op een professionele manier kan bijstaan in een traject naar school en werk, wat ze bijvoorbeeld wel doen bij ‘normale’ ex-gedetineerden. Ik stond er dus behoorlijk alleen voor en heb mijn weg moeten vinden. Tot de dag van vandaag heb ik nog steeds last van het feit dat ik mij niet kan aanmelden voor bepaalde opleidingen omdat ze een VOG vragen.”