Mijn ‘Indische oma’

In de familie van mijn moeder ging altijd het verhaal dat we een ‘Indische oma’ hadden. En ook iets met een Georgische vrouw trouwens, maar dat was een veel onduidelijker gerucht. Die ‘Indische oma’ was er geweest, maar niemand wist precies hoe het zat.

De Indische oma van iemand anders

In een zomervakantie waarin iedereen weg was behalve ik en het ook nog slecht weer was ging ik online op zoek naar mijn voorouders. Ik begon met te zoeken naar familienamen op websites met gegevens over genealogie. Daar vond ik referenties naar online archieven. Ik kwam ook een stukje tegen van een schrijver, Gerrit Wassing, die schreef over het verhaal van een ‘Indische oma’ dat in zijn familie rondging. Ik vond een tweedehands exemplaar van zijn boek online en kocht het. Het was in het Gronings geschreven. Zijn ‘Indische oma’ bleek een Indonesische betovergrootvader te zijn, die in 1810 als zevenjarig kindslaafje uit Indonesië meegenomen was op een schip naar Nederland en in Veendam terecht was gekomen. Hij werd hier Jan genoemd. Jan van Oost.

De Indische oma van Gerrit wassing
De Indische oma van schrijver Gerrit Wassing

Nu had ik een naam en een plaats en kon ik andersom gaan zoeken naar relaties met mijn familie. De Groningse schrijver en ik bleken niet alleen een verhaal over een ‘Indische oma’ gemeen hebben, we hadden dezelfde voorvader die hier een onpersoonlijke naam had gekregen: Jan die van het oosten komt, oftewel Jan van Oost. Misschien heette hij Yoenoes. Of Yoesoef. Of Mohammed. Een kind van zeven kent zijn eigen naam. Niet in Veendam.

Stelmaker

Hij werd ondergebracht (verkocht?) aan een stelmaker waar hij het beroep leerde. Er zijn vermeldingen van ‘stelmakersknecht’ en ‘stelmaker’, dus wellicht heeft hij zich op weten te werken. Hij zou baptist geworden zijn. Helaas is het archief waarin dat opgezocht had kunnen worden een keer door brand verloren gegaan, maar mijn opa en zijn ouders waren ook baptist. Het lijkt logisch: baptist word je pas als je volwassen bent. ‘Jan’ was waarschijnlijk geboren als moslim. Maar niet in het negentiende-eeuwse Veendam dus.

Ik heb nog gezocht naar scheepsberichten in krantenarchieven naar het schip waarmee hij misschien gekomen was. Ik vond interessante vermeldingen van ladingen en piraterij (nu: scheepvaart) maar niets dat aan mijn voorouder gerelateerd kon worden.

Zoeken in archieven

In andere archieven vond ik wel documenten die over hem gingen. Ik vond een trouwakte en een vrijstelling van identificatie van koning Willem. Hij kreeg die vrijstelling van identificatie omdat hij geen papieren had en niemand voor hem kon getuigen dat hij was wie hij zei te zijn. In de vrijstelling wordt vermeld dat hij zijn identiteit niet kan bewijzen omdat hij als kindslaaf naar Nederland kwam.  Er was ook een vrijstelling van militaire dienst waarin zijn uiterlijk beschreven werd. Hij werd vrijgesteld omdat hij te klein was.

Vrijstelling van militaire dienst
Vrijstelling van militaire dienst vanwege lengte op 18-jarige leeftijd

In het boek van de Groningse schrijver had ik gelezen dat ‘Jan’ als kindslaafje naar Nederland was gekomen. Dat stond letterlijk in de trouwakte. Nu was ik officieel een nakomeling van een kindslaaf.

“Jan van Oost, van beroep stelmaker, woonachtig te Veendam, tot dusverre aan de nationale […] hebbende voldaan; declarerende […], dat hij onder de slaven geboren is en in zijn eerstekindschheid als slaaf uit zijn geboorteland weggevoerd; vervolgens in den jaren achttienhonderdentien, […] hij zeven jaren oud was, […] is overgebracht, zoodat hij onbekend is met de namen zijner ouders en alzoo in de onmogelijkheid verkeert eene acte van geboorte of toestemming zijner ouders te kunnen produceren, maar daarentegen aan mij schout heeft ter hand gesteld, […] bij deze huwelijksactie te blijven […], een besluit van Zijne Hoogheid den Koning, […], ” enz.

Gevonden, maar dan

Het is raar hoe dat werkt. Eerst voelde ik me enthousiast over wat ik gevonden had.  Daarna werd ik boos. Boos op Nederland en het slavernijverleden. Boos op de mensen die hem weggeroofd hadden. Boos op de mensen die zijn slaaf zijn in de trouwakte hadden gezet als een objectief feit. Boos op de mensen die zijn identiteit hadden gewist en hem de naam ‘Jan van Oost’ hadden gegeven. Boos en ook verdrietig. Hoe zat het met zijn moeder? Broertjes en zusjes? En hoe had hij zich staande gehouden? Hij trouwde met een vrouw die weduwe en wees was. In die tijd een vrouw van geen waarde, een last voor de maatschappij. In de akte over militaire dienst stond zijn uiterlijk beschreven: smalle ogen, platte neus, grote mond, spitse kin en zwart haar. Hoe hielden zijn kinderen het hoofd boven water? Werden ze gediscrimineerd?

Familiefoto

Ik kreeg een familiefoto van mijn oom toegestuurd. Mijn moeder en haar zusjes, mijn oma en opa en mijn moeders oma stonden erop: de ‘Indische oma’, drie generaties na mijn Indonesische opa.

Mijn 'Indische oma' Klaasina Benus
Mijn ‘Indische oma’ Klaasina Benus (1884-1960)